Minnezinne

Sinds Horatius ‘barbaars een geheim mondje liet schenden’ weten dichters wel raad met erotiek. Maar in Drenthe komt alles doorgaans traag op gang en dus hebben we lang moeten wachten op de allereerste bundel met Drentse erotische poëzie. Maar sinds een aantal jaren is er Minnezinne ; geschreven door Delia Bremer en Ria Westerhuis.

Niet dat vóór Bremer en Wester in de Drentse literatuur nooit over erotiek werd geschreven. Tijdens de presentatie van Minnezinne in Spier, april 2009, diepte historicus Henk Nijkeuter met speels gemak uit zijn archieven een aantal namen van Drenten op die eerder de lof der lusten op papier hebben gezet. Zoals Joachim Lunsche die in de zeventiende eeuw een reeks erotische spreuken en gezegden aanlegde. In het Nederlands – dat dan weer wel.

Serieus werd het pas in de tweede helft van de vorige eeuw toen eerst Hans Heyting en daarna Roel Reyntjes met enige omzichtigheid hun verlangens jegens jongedames en jongeheren in poëzie tot uiting brachten. Gerard Nijenhuis, ging daarna nog een stap verder.

Desondanks is binnen uitgeverij Het Drents Boek stevig gediscussieerd over het wel of niet uitgeven van Minnezinne. Die discussie werd onder meer gevoed door het tumult dat in 1992 ontstond toen Gerard Stout voor tijdschrift Roet een themanummer over erotiek maakte waarin ‘iedereen het met iedereen in de Drentse schrijverij deed’.

Uiteindelijk heeft de literaire kwaliteit van Minnezinne de doorslag gegeven.

Westerhuis (Oud-Avereest, 1959) en Bremer (Hoogeveen, 1969) zijn er in geslaagd alles keurig en netjes te houden; hun Drentstalige erotische poëzie is broeierig, vol verlangen en wel degelijk hitsig, maar niet zozeer plat en pornografisch. Tegelijkertijd worden wel steeds man en paard genoemd. Gevolg is dat er in veel gevallen in hun gedichten gewoon staat wat er staat. Zoals bijvoorbeeld in "Riessenlaand":

ieje, wild as een biest
bespröngen mien verlangens
mit al oen waopens
oen tonge die overal was
bereurde mien toppen en dalen
stouwde mij op tot grote heugtes
tot 't kloppen van oen hartslag
in mien warme schoot


De aanpak van Westerhuis is omfloerst. Haar gedichten hebben meer vorm, zijn traditioneler, haar taal oogt rijker. Westerhuis – die met deze bundel debuteert – kiest voor beelden die soms te raden overlaten, al hoeft de lezer nooit lang te zoeken of na te denken. Zoals in Papaver: ‘Gister nog in de knoppe/ ’t roze vel al zichtbaar/ tussen de gruun/ gestoppelde lippen’.

Waar Bremer naar de podiumdichters haakt, staat Westerhuis nog nadrukkelijk in de romantische traditie van Roel Reyntjes en Gerard Nijenhuis. Ook vanwege de (geveinsde) homo-erotische thematiek. In Zute thee: ‘heur bienen wiekt/ onder mien tonge/ en mien warme aodem/ as ’n traone drupt’.

Minnezinne bevat opvallend veel doelgerichte poëzie, zou je kunnen zeggen. Waar niks mis mee is, want het laat zien dat er in het Drents nog altijd veel mogelijk is. En juist dat is de grote verdienste van deze bundel.

Boek: Minnezinne. Auteurs: Delia Bremer en Ria Westerhuis. Uitgever: Het Drentse Boek.

bron: Woest en Ledig
Minnezinne is verkrijgbaar bij de boekhandel in Drenthe en elders op deze site.


Tags Drenthe Gedichten Minnezinne Streektaal Ria Westerhuis Delia Bremer

Over Ria

Ria Westerhuis geboren in 1959 in Oud-Avereest aan de Overijsselse kant van het grensriviertje de Reest. Verhuisde in 1980 naar de Wijk aan de Drentse kant. Schrijft sinds 2004 gedichten, liedteksten en verhalen zowel in het Nederlands als in “de streektaal van de Reest”.

Laatste nieuws

Social Media

Facebook
Twitter